2
Het dikke-ik vertoont lomp gedrag, gaat alleen voor eigen belangen, minacht andersdenkenden, is onverzadigbaar en zelfingenomen.
Eergisteren kwam ik een interessante beschouwing tegen over âhet dikke-ikâ in het boekje âHet leven als kunstwerkâ van Joep Dohmen. Hieronder plaats in het betreffende fragment en daarna voeg ik er nog wat eigen gedachten aan toe.
De socioloog Harry Kunneman publiceerde in 2005 een intrigerend boek met de titel âVoorbij het dikke ik: Bouwstenen voor een kritisch humanisme’. Dat boek heeft een daverende opening:
Het afgelopen decennium heeft zich in het geĂŻndividualiseerde en welvarende Nederland een verontrustende ontwikkeling voorgedaan die samengevat kan worden als de opmars van het dikke-ik. Deze eigentijdse figuur openbaart zich met grote kracht in de openbare ruimte, in het verkeer, in treinen, in voetbalstadions, op straat, in wacht- en spreekkamers en in talloze tv-programmaâs.
Ook op het niveau van de lokale en landelijke politiek en in het bedrijfsleven voelt het dikke-ik zich bijzonder thuis, onder meer in de gedaante van zich dik makende politici en zelfverrijkende managers.
Als belichaming van het moderne, autonome en welvarende individu, is het dikke-ik niet alleen weldoorvoed, om niet te zeggen volgevreten, maar neemt het ook veel ruimte in, vooral in de vorm van onverschillig, lomp of zelfs gewelddadig gedrag. Het dikke-ik neemt wat het denkt nodig te hebben en dat is heel wat. Het wil niet alleen steeds meer consumeren, maar eist ook erkenning van zijn handelingsvrijheid en respect voor zijn hoogst individuele opvattingen en verlangens. Dit leidt tot voortdurende wrijvingen met anderen.
Het dikke-ik is verwikkeld in een permanente concurrentie en prestatieslag. Niet alleen ziet het zich steeds weer gedwongen om anderen te overstemmen of opzij te duwen teneinde ruimte te scheppen voor het eigen standpunt. Ook stuit het voortdurend op de onbetrouwbaarheid, de incompetentie en de domheid van anderen: individuen, groepen en hele culturen worden door het dikke-ik als achterlijk terzijde geschoven. Het treft dan ook dat het dikke-ik een zeer dikke huid heeft en kritiek en tegenspraak van zich kan laten afglijden als water van een otterhuid.
De moderniteit heeft het individu opgezadeld met de culturele opdracht tot zelfsturing, maar heeft vervolgens niet geleerd hoe daaraan te voldoen. Vrijheid en zingeving zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw identiek geworden aan zelfbeschikking. Elke autoriteit wordt gewantrouwd, niet inmenging is de evidente claim. Inmenging wordt tegenwoordig razendsnel en vrijwel onmiddellijk ervaren als een nieuw paternalisme, een nieuwe maar wel volstrekt overbodige autoriteit. âWie ben jij dat jij mij kunt zeggen wat ik moet doen en hoe ik moet leven?â
Hieruit kan het ontstaan van het dikke-ik worden begrepen. Er is een mythe van de autonomie ontstaan, in de zin dat mensen hun recht doen gelden op zelfbeschikking, waarbij ze geheel op eigen kompas – niet beĂŻnvloed, laat staan gestuurd door een algemene betekenishorizon, door morele factoren of welke ander dan ook – de kwaliteit van hun levensloop naar eigen goeddunken bepalen. Economische, sociaal-wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen spelen hier vervolgens weer op in. Je kunt alles kiezen, alles kopen, je kunt jezelf helemaal verbouwen en als er ergens iets mislukt, bestaat er vast een therapie voor.
Het dikke-ik is het gevolg van de liberale moraal van niet-inmenging. De afgelopen decennia hebben we de stap gemaakt van de angst voor paternalisme, de angst om door de ander te worden gedomineerd en overheerst, naar de megalomanie dat we alles zelf kunnen beslissen, los van geschiedenis, natuur en samenleving.
De moderne westerse gemeenschap is een verzameling geworden van op zichzelf teruggeworpen individuen die niet geleerd hebben hoe ze hun positieve vrijheid, de richting van hun leven, vorm moeten geven. De crisis van de moderniteit is de crisis van het moderne subject. De grote verhalen en de traditionele levensbeschouwingen hebben weinig impact meer op de moderne levensloop. Ze zijn vervangen door een enorme amusementsindustrie en de media stories met hun korte omlooptijd.
Wat moeten we dan met onze autonomie? Moeten we ons trotse verlangen naar vrijheid dan maar opgeven? Moeten we de claim van zelfsturing laten varen? Dat is het standpunt van een groeiend aantal conservatieve en veel voormalig progressieve denkers, die menen dat de âzwakkeâ mens niet opgewassen is tegen de luxe van de vrijheid. Zij pleiten voor een terugkeer tot de gemeenschapsmoraal, of voor overheidsbemoeienis met falende opvoeders.
We leven in een zeer moeilijke tijd. We worden iedere dag meer geterroriseerd door een bende âdikke-ikkenâ die onder het mom van vrijheid hun hedonistische agenda doordrukken. Iedere dag worden we geconfronteerd met onverschilligheid en cynisme. Het Westen heeft behoefte aan een nieuwe moraal van innerlijke vrijheid, betrokkenheid en verantwoordelijkheid, opdat we onszelf opnieuw kunnen toe-eigenen en eindelijk weer contact kunnen maken met elkaar.
Zelf zie ik âhet dikke-ikâ zoals dat hierboven wordt beschreven niet zozeer als een resultaat van de afgelopen decennia, maar meer als een eeuwenoud archetype. En ook als een karikatuur die ontstaat als de kernkwaliteit van âgoed voor zichzelf zorgenâ vervormt tot de valkuil van narcisme en hedonisme.
Als je met een vinger naar een ander wijst, wijzen er volgens een Indiaans gezegde drie naar jezelf. Het dikke-ik is ook in Harry Kunneman, in Joep Dohmen en in mij. In potentie is het in ieder mens aanwezig. Als we dat ontkennen verdrijven we die figuur naar onze schaduw, waarna het des te harder de kop kan opsteken. Het dikke-ik is de uitvergroting van de zelfhandhavende natuur van de mens die zich op grove of op subtiele wijze laat gelden. Of het zich manifesteert en in welke mate het zich laat gelden, wordt bepaald door de uiterlijke omstandigheden en het door bewustzijnsniveau. Dat betekent dat een oplossing van het geschetste probleem niet alleen gezocht moet worden in het werken aan andere uiterlijke omstandigheden, maar ook aan een verhoging van het bewustzijnsniveau.
29
Familievoorstelling van goochelaar in openluchttheater. Lecture show van mentalist. 2011: record aantal shows in openluchttheaters.
Deze maand heb ik een aantal boekingen mogen noteren voor optredens in openlucht-theaters in Nederland tijdens de komende zomer, een periode waarin ik geen boekingen heb op zakelijke bijeenkomsten. Daarbij gaat het niet om de lecture-show âwerken met intuĂŻtieâ van mentalist Arend Landmanâ, maar om de goochelshow ‘De Goochelacademie’ die ik speel onder de naam goochelaar Aarnoud Agricola en waarin ik ook een buikspreekact doe.
De genoemde lecture show kan ook prima worden gehouden in openluchttheaters, maar dat is een voorstelling die primair gericht is op volwassenen en ook leuk is voor tieners. Tot nu toe ben ik daar niet voor gevraagd, maar ik heb ook geen pogingen gedaan om me in dat marktsegment te begeven. De goochelshow is een echte familievoorstelling voor mensen vanaf 4 jaar.
In het verleden heb ik vele malen opgetreden in openluchttheaters. Bij de meeste daarvan heb ik zelfs meerdere malen optredens verzorgd, want de ervaring leert dat er doorgaans veel publiek op af komt en dat de toeschouwers enthousiast zijn. Het publiek bestaat voornamelijk uit ouders met hun kinderen en grootouders met hun kleinkinderen. Ook zijn er soms groepen, bijvoorbeeld scouting-groepen, groepen van een buitenschoolse opvang en groepen verstandelijk gehandicapten. Sommige ouders grijpen de voorstelling aan als een gelegenheid om het verjaardagsfeestje van hun kind te vieren. Hieronder volgen drie reacties van opdrachtgevers.
- Â We hebben je nu voor de tweede keer geboekt en er zijn weer veel bezoekers op je leuke en interactieve voorstelling gekomen: maar liefst bijna zevenhonderd! De buikspreekshow “Rijmende dieren van de axenroos” was een prima start voor de serie kindervoorstellingen in de zomervakantie in ons theater. Gerard van Opstal, organisator Stichting Cultuurpassie, Best
- Ook deze voorstelling was weer zoals we die van u gewend zijn: gevarieerd, boeiend, vrolijk en veel interactie met het publiek. We boeken u altijd graag omdat steeds weer blijkt dat er veel bezoekers op uw shows komen.Ook over dit optreden hebben we weer veel positieve reacties vernomen van jong en oud. Betty de Bruijn, organisator openluchttheater Cabrio, Soest
- Ik wilde je nog even bedanken voor je leuke optreden op onze buitenschoolse opvang. De veelzijdige voorstelling was een groot succes en een mooie start voor de kinderopvang in de zomervakantie. De kinderen genoten van de show en hebben een geweldige middag gehad. Kristel Boot, operationeel manager Saartje Kinderopvang, Utrecht
De kosten om naar een goochelshow van mij in een openluchttheater te gaan zijn zelden een grote belemmering, want die bedragen meestal niet meer dan 5 euro per voorstelling. Openluchttheaters kunnen relatief lage toegangsprijzen hanteren omdat ze vooral draaien met een groep enthousiaste vrijwilligers en soms ook subsidie ontvangen van de gemeente waartoe ze behoren. Als het openluchttheater de publiciteit goed regelt, is het niet ongebruikelijk dat het openluchttheater dankzij een flinke opkomt meer verdient aan een optreden van mij dan ik, want ik hanteer een vaste prijs per optreden.
Als ik naar een openluchttheater ga waar ik nog niet eerder ben geweest,vindt er een voor mij inmiddels een vertrouwd proces plaats dat bestaat uit de volgende fasen: het bos in gaan, zoeken naar het theater, verrast worden door de aanblik het van het theater, kennismaken met de man of vrouw die de takken en bladeren van de banken aan het vegen is, vragen om een tafel en een stoel, materialen voor de voorstelling klaarzetten, kennismaken met het publiek geleidelijk de zitplaatsen gaat bezetten en het ijs breken door kleine goocheltrucjes met hen te doen, de voorstelling spelen, handtekeningen uitdelen, napraten met mensen uit het publiek en de organisatoren, inpakken en wegwezen.
De voorzieningen van de openluchttheaters in Nederland lopen sterk uiteen. De echte natuurtheaters, zoals het Goois openluchttheater in Eemnes en het Joe Mann-theater in Best hebben niet meer dan een tribune en een grasveld om op te spelen. In die gevallen gebruik ik mijn eigen geluidsinstallatie. Andere openluchttheaters, zoals Cabrio in Soest en het Zuiderpark-theater in Den Haag hebben moderne voorzieningen op het gebied van onder andere licht en geluid.
Wat gebeurt er als het regent. Tot nu toe heb ik dat bij al die voorstellingen nog maar twee keer meegemaakt. Twee jaar geleden begon het vlak na de start van mijn voorstelling te gieten. Het publiek en ik zijn toen gevlucht naar de blokhut naast het speelvlak. Toen heb ik daar mijn goochelshow gedaan. Vorig jaar regende het licht toen ik aankwam in het openluchttheater Cabrio in Soest. Aangezien het podium daar groot en overkapt is, werden er stoelen op het podium gezet. Er kwamen echter zoveel bezoekers dat deze plaatsen al snel bezet waren. De mensen die later kwamen, namen plaats op de tribune. Gelukkig hield het toen op met regenen.
In Nederland zijn ongeveer zestig openluchttheaters. Daarvan worden er ongeveer vijftig gebruikt. De meeste openluchttheaters zijn aangelegd in de jaren dertig van de vorige eeuw in het kader van werkgelegenheidsprojecten gedurende de crisisjaren. Bij de Vereniging Nederlandse Openluchttheaters (VNO) zijn bijna veertig openluchttheaters aangesloten. Deze koepelorganisatie behartigt de belangen van de leden. Het doel is om de plaats van het openluchttheater in Nederland te versterken en uit te bouwen. Dat lukt aardig.
In het jaar 2011 hebben de gezamenlijke leden van de VNO een record aantal voorstellingen geboekt: 670. Dat is aanmerkelijk meer dan in 2009 en 2005 waar respectievelijk 496 en 599 voorstellingen waren gepland. Het slechte weer in de zomer van 2011 leidde er echter toe dat maar liefst negen procent van de voorstellingen werd afgelast. Normaal ligt dit getal onder de vier procent. In 2011 zijn er ongeveer 263.000 bezoekers geweest.
De sfeer tijdens familievoorstellingen in openluchttheaters vind ik altijd bijzonder goed. Op 23 juli 2008 heb ik mijn kindervoorstelling âSub Rosa- beroepsgeheimenâ gespeeld in openluchttheater Cabrio in Soest. De regionale omroep Eemland TV was daar aanwezig, heeft de kindershow opgenomen en heeft er het onderstaande goochelfilmpje van gemaakt dat is uitgezonden in Baarn en Soest. Inmiddels is het filmpje op Youtube meer dan 14.300 keer bekeken.
27
Onderwijs-arbeidsmarkt: landelijk lerarentekort is afgenomen, aantal vacatures voor leraren gaat weer stijgen. Professionalisering van docenten.
De afgelopen week heb ik me verdiept in de arbeidsmarkt voor leraren omdat ik gevraagd ben een voorstel te schrijven voor een presentatie op een bijeenkomst over dat onderwerp. Mijn verhaal hoeft daar niet specifiek te gaan, want de deelnemers weten daar meer van dan ik. Mijn bijdrage zou erop gericht moeten zijn de deskundigen te inspireren om op een andere manier naar de problematiek te kijken: out of the box. Enige kennis van de âboxâ kan daarbij geen kwaad. Daarom ben ik me gaan inlezen in de onderwijs-arbeidsmarkt.
Zelf zou ik in het onderwijs kunnen werken, want ik heb een eerstegraads bevoegdheid voor het vak scheikunde. Daar is behoefte aan, want scheikundeleraren voor het voortgezet onderwijs liggen niet voor het oprapen. Ik heb in 1985 de cursus van vier maanden voor het behalen van mijn onderwijsbevoegdheid niet gedaan met de bedoeling om in het voortgezet of hoger onderwijs te gaan werken.
Mijn onderwijsbevoegdheid beschouwde ik als een soort veiligheidsklep: als ik nergens anders aan de slag zou kunnen, zou ik altijd nog het onderwijs in kunnen. Tot nu toe heb ik nog geen gebruik hoeven maken van die optie.
Waarom was ik niet enthousiast om in het onderwijs te gaan werken? Toen ik op het VWO zat, zag ik dat de meeste leraren tot hun pensioen (als ze dat haalden) op dezelfde school bleven lesgeven. Onderwijs op zich vind ik mooi, maar een heel werkzaam leven vind ik wat veel van het goede. het kwam op me over als een keurslijf. Ik was bang dat wanneer ik voor het onderwijs zou kiezen, er nooit meer uit zou komen. Dat vooruitzicht trok me niet. Tegenwoordig werk ik graag als zelfstandige voor het onderwijs, maar voor werken in het onderwijs als personeelslid heb ik nog steeds geen belangstelling.
Momenteel is het aantal vacatures in het onderwijs minder hoog dan enkele jaren geleden. Als gevolg van de economische recessie en het langer doorwerken van leraren zijn de tekorten afgenomen. Deze situatie is tijdelijk, want in het voortgezet onderwijs loopt het lerarentekort door de vergrijzing en een toenemend leerlingaantal de komende jaren op tot zoân 4.000 leraren in 2015.
Vraag en aanbod van docenten verschillen per regio. De bovenstaande kaartjes laten zien dat de vacature-intensiteit in het voortgezet onderwijs het grootst is in Amsterdam, Rijnmond, zuidelijk Noord-Holland en Haaglanden en het kleinst in Noord- en Oost-Groningen, Roermond en de Westelijke Mijnstreek.
Na 2016 neemt het tekort af en naar verwachting ontstaat in 2020 ontstaat een evenwicht in vraag en aanbod. Met name in het primair onderwijs kunnen na 2017 als gevolg van vergrijzing weer serieuze tekorten ontstaan.
De bovengenoemde gegevens komen uit de nota âWerken in het onderwijs 2012â die Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin worden de volgende drie actielijnen van het actieplan âLeraar 2020 – een krachtig beroep!â vermeldt:
- De kwaliteit van de (huidige) leraren en schoolleiders versterken. Dat gebeurt door meer aandacht te besteden aan verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en door een lerarenregister in te voeren. Met deze lijn wil het kabinet de onderwijsprestaties van leerlingen verbeteren.
- De professionele schoolorganisatie versterken, door ambitieuze, resultaatgericht cultuur binnen scholen en professioneel HRM-beleid te stimuleren. Dat houdt in: leraren voldoende doorgroeimogelijkheden bieden, kansen geven voor verdere professionalisering en goed functioneren waarderen en belonen, bijvoorbeeld via prestatiebeloning. Deze lijn wordt ingezet omdat een professionele schoolorganisatie bijdraagt aan een betere kwaliteit van de leraren en daarmee aan hogere leerlingprestaties.
- De kwaliteit van lerarenopleidingen versterken, door nieuwe leraren hogere en beter op te leiden. Daarmee stijgen de leerlingprestaties. Hierbij speelt ook de gedachte mee dat meer mensen met een havo- of vwo-diploma voor de lerarenopleiding kiezen wanneer die van een hoger niveau is.
In grote lijnen vind ik dit prima plannen. Op de juiste wijze investeren in het onderwijs, is investeren in de toekomst. Het gesubsidieerde onderwijs is ook een belangrijke werkgever. Ruim zes procent van het aantal banen in Nederland betreft een baan in het onderwijs. Het onderstaande taartdiagram toont de verdeling van de ruim 470.000 banen over de verschillende onderwijs-niveaus.
Het leraarschap is aantrekkelijker te maken door een beroep te doen op intrinsieke motivatie, die volgens spreker en auteur Daniel Pink te maken heeft met autonomie, meesterschap en zingeving. De bovengenoemde acties hebben vooral betrekking op meesterschap. Over zingeving heb ik niets kunnen vinden in de nota. Autonomie komt indirect aan bod via het onderwerp professionalisering. Ik vraag me ernstig af of de professionalisering die het ministerie voor ogen heeft voldoende autonomie oplevert om het leraarschap werkelijk aantrekkelijk te maken, zoals bijvoorbeeld bij het onderwijs in Finland het geval is. Ook heb ik sterke twijfels over de waarde van prestatiebeloning in het onderwijs. Naar mijn idee kan onderwijs het beste tot bloei komen wanneer er geen sprake is van competitie, maar van coöperatie (samenwerking).
âWe zijn op de goede weg, maar er moet nog veel gebeuren om de verwachte tekorten zo klein mogelijk te houden en te zorgen voor genoeg en hoog opgeleide leraren. Scholen moeten een aantrekkelijke en professionele leeromgeving zijn, waar leraren graag willen werkenâ, aldus staatssecretaris Zijlstra.
Lerarenopleidingen spelen een grote rol in het verhogen van de kwaliteit van de leraar. Uit de nota blijkt dat de lerarenopleidingen volop bezig zijn met het verbeteren van de kwaliteit. Op de pabo is de reken- en taaltoets ingevoerd en alle lerarenopleidingen ontwikkelen kennisbases. Mede daardoor worden de lerarenopleidingen volgens de nota steeds aantrekkelijker voor vwoâers en academici. Misschien is dat wel zo, maar het is de vraag of zij die opleidingen gaan doen als de onderwijs-sector zelf niet aantrekkelijker wordt gemaakt.

Categorie














