16
Spreuken over de winter. De winter in citaten, uitspraken en oneliners. De meteorologische winter en de astronomische winter.

De bovenstaande afbeelding is een schilderij van een winterlandschap van Jacob van Ruysdael. Het geeft een indruk van de barre Hollandse winters in de zeventiende eeuw, die we tegenwoordig niet meer meemaken. De astronomische winter startte in 2011 in Nederland op donderdag 22 december om 6:30 uur. De meteorologische winter start altijd op 1 december. Om de klimatologische berekeningen eenvoudig en uniform te houden, beginnen de meteorologische seizoenen steeds op de eerste van de maand in maart, juni, september en december.
KLIK HIER VOOR SPREUKEN, QUOTES EN CITATEN OVER SNEEUW EN SNEEUWEN
Op het noordelijk halfrond begint de astronomisch bepaalde winter op 21 of december. De zon staat dan ‘s middags aan de Steenbokskeerkring loodrecht aan de hemel. Deze dag valt daarom ook samen met de kortste dag op het noordelijk halfrond. De astronomische winter eindigt meestal op 20 maart en soms op 21 maart. De zon ‘s middags aan de evenaar loodrecht aan de hemel staat. Hierna begint de lente.
Na de onderstaande lijst met de data en tijden voor de start van de winter tot en met 2020, volgt een verzameling van spreuken, citaten, quotes, gezegden, uitspraken, spreekwoorden, oneliners en aforismen over de winter, waaronder ook weerspreuken.
- 2011, 22 december 06:30 uur
- 2012, 21 december 12:11 uur
- 2013, 21 december 18:11 uur
- 2014, 22 december 00:03 uur
- 2015, 22 december, 05:48 uur
- 2016, 21 december, 11:44 uur
- 2017, 21 december, 17:28 uur
- 2018, 21 december, 23:22 uur
- 2019, 22 december, 05:19 uur
- 2020, 21 december, 11:02 uur
KLIK HIER VOOR SPREUKEN, QUOTES EN CITATEN OVER KERST
De winter moet wel koud zijn voor hen die geen warme herinneringen hebben.
Anoniem
Het contact met de wereld, dat winter en zomer, vreugde en smart veroorzaakt, komt en gaat: het is van voorbijgaande aard.
Bhagavad Gita
Want zie, de winter is voorbij, de regen is over, verdwenen. De bloemen vertonen zich op het veld, de zangtijd is aangebroken, en ât gekir van de tortel wordt gehoord in ons land.
Bijbel, Hooglied 2:11,12
Gij zijt het, die al de grenzen van de aarde hebt bepaald; zomer en winter, Gij hebt ze geformeerd.
Bijbel, Psalm 74:17
De winter sterft in de lente om in de herfst opnieuw geboren te worden.
Marche Blumenberg
Geen enkele winter duurt eeuwig. Geen enkele lente slaat een beurt over.
Hal Borland
Winter is de wijze waarop de natuur zegt: âhet is nu aan jouâ.
Robert Byrne
In de diepte van de winter heb ik geleerd dat er in mij een onoverwinnelijke zomer ligt.
Albert Camus
De kleur van de lente is in de bloemen. De kleur van de winter is in de verbeelding.
Terri Guillemets
De winter is een ets, de lente een aquarel, de zomer een olieverfschilderij en herfst is een mozaĂŻek van al deze.
Stanley Horowitz
De lach is de zon die de winter van het gezicht verdrijft.
Victor Hugo
De winter is in mijn hoofd, maar de eeuwige lente is in mijn hart.
Victor Hugo
Een vriendelijk woord kan drie wintermaanden verwarmen.
Japans spreekwoord
Tegenspoed brengt mensen bij elkaar waardoor harmonie en schoonheid ontstaat, zoals de koude van de winter ijsbloemen op de ramen laat ontstaan, die later door warmte verdwijnen.
SĂžren Kierkegaard
Het is winter als het huis meer brandstof vergt dan de auto.
Dough Larson
Lente, zomer en herfst vervullen ons met hoop; alleen de winter doet ons denken aan de toestand waarin de mensheid zich bevindt.
Mignon McLaughlin
Ik ben de zon in de zomer, de sneeuw in de winter en de druppel die de lente doet overlopen. Nou jij.
Loesje
Winter. Het is weer de kiunst om mân buurman aan zân neuspuntje te herkennen.
Loesje
Winter. Het liefst zou ik in mijn chocolademelk kruipen.
Loesje
Zoals de winter de bladeren om ons heen losmaakt, zodat we verder kunnen kijken dan voorheen, zo neemt de ouderdom onze genietingen weg om het vooruitzicht op de komende eeuwigheid te vergroten.
Jean Paul Richter
In het rijk van de hoop is het nooit winter.
Russisch spreekwoord
In diepten van het wintertij
neemt ât ware geestelijk zijn in warmte toe;
het schenkt aan wereldglans
door hartekrachten wezensmachten;
het zielevuur in ât mensen-innerlijk
trotseert steeds sterker wordend de wereldkoude.
Rudolf Steiner
Zomer: de periode waarin het te warm is om te doen waarvoor het in de winter te koud was.
Marc Twain
Als de sneeuw valt on het slijk, is de winter aan de dijk.
Weerspreuk
De velden geschoren,de winter geboren.
Weerspreuk
Een winter die vroeg komt, vertrekt ook vroeg.
Weerspreuk
In de winter westenwind en avondrood,
maakt de koude winter dood.
Weerspreuk
Is in de bijenkorf het gaatje klein,’t zal een koude winter zijn.
Weerspreuk
Is oktober warm en fijn,
het zal een scherpe winter zijn;
maar is hij nat en koel,
ât is van een zachte winter ât voorgevoel.
Weerspreuk
Komt de wind uit het noorderland, lang houdt de winter stand.
Weerspreuk
Noorderwind met volle maan, kondigt een strenge winter aan.
Weerspreuk
Oktober met groene blaĂąn
duidt een strenge winter aan.
Weerspreuk
Was het weder in september warm,
dan krijgen wij een winter arm.
Weerspreuk
Witte nevel in de winter kondigt vorst aan.
Weerspreuk
Veel vorst en sneeuw in oktober geeft een onbestendige winter.
Weerspreuk
Ziet ge wilde ganzen vliegen in de vorm van een v, brengen zij ons zonder liegen zeker vorst en winter mee.
Weerspreuk
Zoveel ijzelluchten in de winter,
zoveel koren in de oogst.
Weerspreuk
Zomer en winter zijn in Engeland gemakkelijk te onderscheiden: in de zomer is de regen iets warmer.
Colin Wilson
15
Kerst en Nag Hammadi. Waarom geen kerstverhaal in gnostieke evangeliën? Kerstlezing bij rozenkruisers: kerstfeest in Nag Hammadi.
Ook dit jaar ga ik weer naar de kerstlezing van de rozenkruisers in Utrecht. Vorig jaar was de titel âDe lichtgeboorte in de mensâ. De komende kerstlezing op zaterdagmiddag 17 december gaat over âKerst en Nag Hammadiâ. Die lezing wordt ook gehouden op  plaatsen in Nederland (zie overzicht onderaan dit blog-artikel). Voor velen zal de titel wat cryptisch overkomen. Nag Hammadi is een plaatsje in Egypte waar in 1945 een verzameling van 52 gnostieke geschriften uit de begintijd van het christendom is gevonden. Daaronder bevonden zich ook evangeliĂ«n met uitspraken van Jezus die niet destijds niet in de bijbel zijn opgenomen. Daarbij gaat het om onder andere het evangelie van Thomas, het evangelie van de Waarheid, het evangelie van Filippus en het evangelie van Maria. Niet ver van Nag Hammadi is later het evangelie van Judas gevonden. Al deze geschriften hebben met elkaar gemeen hebben dat ze geen aandacht besteden aan de lichamelijke geboorte van Jezus, terwijl hij als volwassene volop aanwezig is. Waarom wordt in deze geschriften de geboorte van Jezus niet vermeld? Een antwoord is te vinden in het evangelie van Filippus, logion 67:
Jezus ontving bij zijn doop in de Jordaan de Volheid van het Koninkrijk van de hemelen. Hij die reeds was voor het Al werd opnieuw verwekt.
Hier wordt geschreven over de goddelijke geboorte in de mens. Daarmee wordt gedoeld op de geboorte van de onsterfelijke ziel, de geestelijke geboorte die in de mens kan plaatsvinden, en die in de gnostieke tradities veel belangrijker wordt gevonden dan de lichamelijke geboorte.
KLIK HIER VOOR BLOG-ARTIKELEN VAN AREND LANDMAN OVER KERST
De lichamelijke geboorte feest van Jezus is men pas later jaarlijks gaan vieren op 25 december om heidense lichtfeesten op die datum te verdrijven. In de eerste eeuwen leefde een ander besef in het jonge christendom. Men besefte dat het om de geestelijke geboorte, die wordt aangeduid met de doop van Jezus in de Jordaan. De evangelist Marcus legt ook de nadruk op de goddelijke geboorte, want zijn evangelie begint niet met een geboorte-verhaal, maar met de doop van Jezus in de Jordaan. In het Johannes evangelie uit het Nieuwe Testament staat ook geen geboorte-verhaal van het kind Jezus. Wel wordt in het eerste hoofdstuk over de goddelijke geboorte gesproken die direct op de mens wordt betrokken.
Het kerstverhaal over de lichamelijke geboorte van Jezus zoals dat beschreven staat in het evangelie van MatthĂ©ĂŒs en het evangelie van Lukas kan heel goed worden gezien als een symbolische vertelling over de geestelijke geboorte. Tijdens de komende kerstlezing bij de rozenkruisers zal dat worden uitgelegd. Op mijn weblog heb ik die visie eerder beschreven: de diepere betekenis van kerstmis.
- Alkmaar, dinsdag 20 december
- Amsterdam, dinsdag 20 december
- Arnhem, dinsdag 20 december
- Bergen op Zoom, dinsdag 20 december
- Den Haag, woensdag 21 december
- Eindhoven, dinsdag 20 december
- Enschede, dinsdag, 20 december
- Groningen, dinsdag 20 december
- Haarlem, dinsdag 20 december
- Hilversum, dinsdag 20 december
- Hoorn, woensdag 21 december
- Maastricht, dinsdag 20 december
- Rotterdam, dinsdag 20 december
- Utrecht, zaterdag 17 december (middag, kinderopvang aanwezig)
15
Talentontwikkeling en het lerende brein. Jelle Jolles in âEllis en het verbreinenâ: kinderen en tieners hebben steun, inspiratie en sturing nodig.
Ouders, leerkrachten, docenten en beleidsmakers houden nog onvoldoende rekening met nieuwe inzichten uit de neurowetenschappen. Meestal zijn ze zich daar niet eens van bewust. Ze baseren hun denken en doen veelal op onjuiste veronderstellingen en op âneuromythenâ. Zo sluiten de bedenksels het âstudiehuis’ en âcompetentiegericht onderwijsâ waar respectievelijk het huidige voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs grotendeels op gebaseerd zijn, niet aan op de biologische ontwikkeling van de hersenen van de leerlingen.
Het bovenstaande is niet alleen af te leiden uit de praktijk, maar ook uit het boek âEllis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag & educatieâ van Jelle Jolles. In november heb ik dit boek gelezen in verband met de voorbereiding voor presentaties die ik mocht verzorgen voor diverse onderwijs-organisaties. De auteur van âEllis en het verbreinenâ wil er met zijn boek aan bijdragen dat er in opvoerding en onderwijs rekening wordt gehouden met nieuwe inzichten over het functioneren van de hersenen, zodat kinderen en tieners zich optimaal kunnen ontwikkelen. Jelle Jolles is hoogleraar âHersenen, gedrag & educatieâ en directeur van het onderzoeksinstituut LEARN en het centrum Brein & Leren te Amsterdfam. Verder werkt hij al vele jaren als neuropsycholoog op het gebied âleren en geheugenâ. Hij is voorstander van een actieve dialoog tussen wetenschap en de praktijk van onderwijs en ontwikkeling. Zijn vertrekpunt is het het onderzoek naar hersenen en gedrag.
Het onderzoek naar de hersenen is in de afgelopen decennia in een stroomversnelling geraakt doordat hersenscantechnieken konden worden toegepast. Die onderzoeken hebben fundamentele inzichten opgeleverd die van groot belang zijn voor opvoeding en onderwijs. Biopsychologisch onderzoek heeft kennis opgeleverd over onder andere slaap, voeding, de ontwikkeling van seksualiteit, over de rol van erfelijkheid en over de motivatie en beleving van tieners. Bij het begrip âonderwijsâ wordt meestal gedacht aan kinderen, scholieren en studenten. Jong volwassenen, mensen van middelbare leeftijd en ouderen hebben ook recht op leren en verdere ontplooiing. Zij leren anders dan kinderen en jongeren, en ook hun leermotivatie is anders.
KLIK HIER OM “ELLIS EN HET VERBREINEN” TE BESTELLEN
Jelle Jolles heeft zijn boek opgedragen aan Alice en haar Nederlandse equivalent ‘Ellis’. Aan alle Ellissen van de wereld: aan al die nieuwsgierige, creatieve en speelse kinderen en jongeren. Nieuwsgierigheid blijkt sterk bij te dragen aan het het ontwikkelen van onze hogere cognitieve vermogens. Verwondering inspireert ons tot handelen. Alice verwijst naar het verrassende kinderboek Alice in Wonderland dat in de negentiende eeuw ontsproten is aan het creatieve brein van Lewis Carroll. Dat boek is niet alleen een kinderboek.
‘Alice in Wonderland’ is ook een jongerenboek en een volwassenenboek, een boek over nieuwsgierigheid, over logisch denken en over communicatie en interactie. Het staat boordevol humor en raadseltjes die verwondering opwekken. Evenals in het klassieke boek ‘Alice in Wonderland’Â gaat het in ‘Ellis en het verbreinen’ om nieuwsgierigheid, verwondering en ontplooiing van talent. In het bestaande onderwijssysteem wordt de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen en hun vermogen om te verwonderen vaak al in de kiem gesmoord.
In het boek Alice in Wonderland zitten meerdere lagen. Op het meest oppervlakkige niveau is het een aardig verhaaltje, vooral voor kinderen. Het gaat over een meisje dat verzeild raakt in een wondere wereld met pratende dieren, speelkaarten en schaakstukken en waarin allerlei malle dingen gebeuren. De diepere niveaus gaan echter over taal en redeneren. Dat zijn extreem belangrijke vaardigheden die we thuis en op school leren en die we uitbreiden in de interactie met leeftijdsgenoten. We bouwen de vaardigheden verder uit door het lezen van literatuur of door ons te richten op video- en audio-programma’s. Op een nog dieper niveau gaat het in âAlice in Wonderlandâ over filosofische kwesties en over de rol die taal speelt in de communicatie. âAlice in Wonderlandâ en âEllis en het verbreinen’ gaat over communicatie.
Wat is âverbreinenâ? Het door Jolles geĂŻntroduceerde begrip âverbreinenâ verwijst naar het letterlijk veranderen van het levende menselijke brein. De ontwikkeling van de mens loop parallel met de verandering van het brein. Niet alles biologisch bepaald. Jellis is in dit opzicht gelukkig minder deterministisch dan de bekende neurobioloog professor Dick Swaab. Het functioneren van de mens wordt voor een belangrijk deel gevormd door de omgeving. Bij kinderen en jeugdigen zijn het dan ook vooral ouders en school die vormend zijn voor hun ontwikkeling. Jolles benadrukt dat steun, sturing en inspiratie van ouders en docenten essentieel zijn voor de ontwikkeling van talenten bij kinderen, tieners en ook nog bij jong volwassenen.
Het brein van de mens ontwikkelt zich van ver voor de geboorte tot ruim na het twintigste jaar. Tussen het twintigste en dertigste levensjaar zijn de hersenen wel uitgerijpt, maar ze blijven plastisch tot hoge leeftijd. Bepaalde hersensystemen zijn al klaar in de kindertijd, bijvoorbeeld die voor vrij eenvoudige motorische vaardigheden. Andere hersensystemen kunnen uitrijpen in de vroege adolescentie na veel oefenen. Een complexe motorische vaardigheid, zoals een moeilijke sprong op een skateboard, lukt pas als je geleerd hebt erop te staan.
Pas in midden- en late adolescentie ontwikkelen zich complexe hersensystemen die nodig zijn voor de integratie tussen handelingen en het plannen van iets complexer activiteiten. Belangrijke hersenstructuren worden pas echt actief middenin de tienertijd. De adolescent kan op dat moment al behoorlijk goed kiezen wat hij of zij âs middags wil doen, maar een verantwoorde planning voor volgende week, laat staan voor volgend jaar, is teveel gevraagd. De jeugdige kan dan op dat moment al veel kennis hebben van een bepaald onderwerp en veel meer bedreven zijn dan zijn of haar vader in het gebruik van de computer. Diezelfde tiener is echter vaak nog onbeholpen in het inschatten van de bedoelingen van een vriend(in), maakt fouten in de planning van huiswerk of heeft duidelijk een verkeerde keuze gemaakt in het schoolprofiel.
Lange tijd zijn onderwijsmethoden ontwikkeld zonder dat rekening werd gehouden met wat bekend is over de hersenen. Onze hersenen kiezen wat wij in ons geheugen opslaan en wat niet. Fundamentele inzichten uit het hersenonderzoek en ook neuropsychologische bevindingen zouden veel meer toepassing moeten krijgen in het leerproces en dus ook in het onderwijs. Dergelijke inzichten zouden volgens Jelle Jolles de komende jaren op de onderwijs-agenda moeten komen. Dat ben ik met hem eens.
Het brein blijkt sterk afhankelijk van de omgeving en ontwikkelt zich zelfs als reactie daarop. Die beĂŻnvloedbaarheid neemt wel wat af in de loop van de tienerjaren en later in de volwassenheid na het 20ste jaar. Dat geldt vooral nadat de persoon en het brein zijn uitgerijpt en iemand zowel in biologische als psychologische zin volwassen is geworden. De kwaliteit van de zintuiglijke prikkels – de omgeving – bepaalt samen met de genetische aanleg hoe efficiĂ«nt ons brein uitgroeit.
Ik vind âEllis en het verbreinenâ een goed leesbaar, prettig vormgegeven en aan te bevelen boek. Wel ben ik van mening dat er veel herhalingen in voorkomen omdat er allerlei rapporten en tijdschriftartikelen in zijn verwerkt. Verder vind ik het nogal eenzijdig omdat het hamert op de noodzaak van verder onderzoek. Het komt op mij over als een pleidooi voor meer onderzoek. Dat begrijp ik wel, want Jelle Jolles is immers onderzoeker.
Wie een hamer heeft, ziet in alles een spijker. Persoonlijk ben ik van mening dat geld beter kan worden besteed aan werkelijke onderwijsvernieuwing op basis van pilot-projecten dan aan nog meer wetenschappelijk onderzoek, hoewel ik natuurlijk wel weet dat het verschillende geldstromen betreft. Er is al enorm veel kennis over het functioneren van het brein beschikbaar waar men in het onderwijs direct iets mee kan. Ik zou het een positieve ontwikkeling vinden het accent van de benadering verschuift van analyseren naar synthetiseren, van onderzoeken naar ontwerpen.

Categorie














