
Onlangs kwam ik in het boek ‘Verslaafd aan liefde’ van Jan Geurtz een mooie verhandeling tegen over onze diepste natuur, die in boeddhistische tradities wordt aangeduid als de boeddha-natuur. Eerder postte ik uit dat boek een fragment over het ontstijgen aan problemen. Het betoog begint met de oeroude parabel van het touw dat wordt aangezien voor een slang, en de vergissingen die voortvloeien uit die illusie. Daarna geeft de auteur interessante logische argumenten voor het bestaan van een volmaakte natuur in ons, de boeddha-natuur. Het begrip Boeddha-natuur is in China ontstaan om te benadrukken dat levende wezens een beginsel in zich hebben dat hen de mogelijkheid biedt verlichting te bereiken en een boeddha te worden. Hieronder volgt het genoemde fragment.
KLIK HIER VOOR HET BOEDDHA-SYMPOSION OP 2 JUNI 2012
Stel je voor, je komt thuis, en ziet in de hoek van de kamer een giftige slang liggen. In werkelijkheid is er helemaal geen slang, maar ligt er een slordig achtergelaten stuk touw dat je aanziet voor een slang. In paniek ren je naar buiten en gooi je de deur achter je dicht. Je durft nooit meer terug naar binnen. Zo is onze existentiële situatie. De hoofdpersoon in dit voorbeeld maakt hier in feite drie vergissingen, die elk in toenemende mate ellende veroorzaken:
- De eerste vergissing in het niet herkennen van het stuk touw als een stuk touw. Dit is onze onbekendheid met wie of wat we in werkelijkheid zijn, met onze natuurlijke staat van zijn.
- De tweede vergissing is het waarnemen van een levensgevaarlijk slang. Dit is de misvatting dat we in wezen verkeerd zijn, dat we stom, slap of slecht zijn, niet goed genoeg, kortom waardeloos.
- De derde vergissing is gevolg geven aan de angst voor de slang en naar buiten rennen. Dit is het wegvluchten voor onze negatieve gevoelens over onszelf en zoeken naar liefde en erkenning van anderen. Dit is de ernstigste vergissing, want daardoor wordt het onmogelijk om de vorige vergissingen te doorzien.
Zolang we liefde en erkenning van anderen blijven zoeken, houden we de illusie in stand dat we zonder die liefde niet waardevol zijn, niet goed genoeg, waardoor we weer de drang versteken om die erkenning buiten onszelf te zoeken. Het is de vicieuze cirkel en de hoofdoorzaak van alle andere contraproductieve reflexen in ons leven. Zoals die man of vrouw in India heel zijn leven in de tuin blijft wonen uit angst voor de vermeende slang in zijn huis, zo zijn ook wij vervreemd van onszelf, durven we niet bij onszelf thuis te komen, uit angst voor onze vermeende waardeloosheid en ontoereikendheid. Deze negatieve gevoelens berusten niet op werkelijkheid, hebben geen betrekking op wat we werkelijk zijn, maar op wat we geleerd hebben te denken over onszelf.
Onze werkelijke of natuurlijke staat is volmaakt in zichzelf, overlopende van liefde en goedheid. Er vloeien eigenschappen uit voort als eerlijkheid, kracht, spontaniteit, creativiteit, compassie en nog veel meer. Misschien beschouw je dit als een vorm van wishful thinking, als een positief in plaats van een negatief geloof? Dat is het in wezen niet. Later volgt daar een onderbouwing van.
Het is beter dat je eerst de vergissing goed leert kennen voordat je je verdiept in de werkelijkheid erachter. Anders kun je in die New-age valkuil terechtkomen en van de werkelijkheid, je eigen fundamentele goedheid, toch weer een positief geloof maken, als de zoveelste bedekking op je negatieve geloof. Daar schiet je niet veel mee op. Dat belemmert je eerder in het ontdekken van je natuurlijke staat. Zie je: geloven dat je in wezen goed bent, helpt je misschien soms wel om je beter te voelen over jezelf. Maar telkens als je je dan toch weer waardeloos voelt, keert dit positieve geloof zich heel erg tegen je en versterkt het je zelf-afwijzing.
Pas als je je volmaakte natuurlijke staat realiseert, je werkelijke staat van zijn voorbij je zelf-afwijzing, pas dan is het bestand tegen negatieve gevoelens. Maar tot die tijd herkent je geest zijn eigen natuur niet, meent in plaats daarvan een onvolmaakte natuur te zien, een tekort schietende, minderwaardige essentie, en keert zich af van zichzelf om dat pijnlijke besef te ontvluchten en bij anderen die liefde en veiligheid te zoeken die het zelf meent te ontberen, waardoor het geloof in de eigen negatieve natuur dus weer in stand gehouden wordt.
Zie je zowel de tragische als de humoristische kant hiervan? Tragisch is het zolang we volledig verstrikt zitten in deze zelfgeschapen beknelling. Maar het wordt leuk als we de misvatting beginnen door te krijgen.
Zijn er ook logische argumenten waarmee het bestaan van zo’n volmaakte natuur aangetoond kan worden? Sommigen zullen alle ellende in de wereld aanwijzen als argument voor de stelling dat de mens in wezen tot het kwade geneigd is. Anderen kijken naar de tekenen van goedheid en altruïsme en veronderstellen en fundamenteel goede natuur. De meeste mensen houden een beetje het midden, en zien ieder mens als het resultaat van een strijd tussen zijn goede en slechte eigenschappen of neigingen. Ook gewone alledaagse waarneming geeft geen logisch uitsluitsel in deze discussie.
Maar als je naar een beschouwend niveau gaat, valt het op dat mensen met veel ‘slechte’ eigenschappen niet erg gelukkig lijken te zijn. De moordenaar, de dictator, de verkrachter, ze wekken niet bepaald een gelukkige en harmonieuze indruk. Ook op kleine de schaal is duidelijk dat mensen die verslaafd zijn, of die vaak liegen, manipuleren, stelen, of anderszins zichzelf of anderen schade toebrengen, daar op langere termijn niet veel vrede en innerlijke rust in vinden.
Maar als schade toebrengen onze diepste natuur zou zijn, dan zouden we ons daarin juist het meest vredig en harmonieus moeten voelen. Als leugen en bedrog onze diepste natuur zouden zijn, zouden die ons juist meer in plaats van minder innerlijke rust en harmonie moeten opleveren. Als agressie onze diepste natuur zou zijn, dan zouden we het gelukkigst moeten zijn in tijden van oorlog of geweld.
Het feit dat mensen soms toch liegen en bedriegen, of agressief en gewelddadig zijn, komt dus niet voort uit hun diepste natuur, ook als er wel een kortstondige vorm van geluk aan wordt ontleend. We menen soms dat leugen en bedrog bijdragen aan ons geluk, we gebruiken soms geweld als oplossing voor een probleem, we grijpen soms naar destructieve middelen om ellende te ontvluchten en geluk na te streven. Maar het geluk dat deze negatieve handelingen opleveren is in feite niets anders dan een tijdelijke vermindering van de beknelling die er de aanleiding van was. Het is tegelijk duidelijk dat diezelfde negatieve handelingen op langere termijn niet blijvend meer geluk opleveren, maar juist meer beknelling.
Als je op deze manier kijkt naar het gedrag van mensen, naar hun positieve en negatieve handelingen, en het geluk of de beknelling die er het resultaat van was, dan wordt het inderdaad tamelijk voor de hand liggend dat onze diepste natuur pure goedheid is. Dit maakt meteen een einde aan alle religieuze en morele waardesystemen. Goed en kwaad bestaan niet als zodanig. Handelingen zijn positief als ze tot meer geluk leiden (voor jezelf en voor anderen), en negatief als ze tot meer ellende leiden. Of anders gezegd: een handeling is positief als ze in overeen stemming is met onze diepste natuur, en negatief als ze daarmee in strijd is.
Het bovenstaande mag dan misschien een aardige redenering zijn om het bestaan van een volmaakte natuur aan te tonen, de enige manier om hier echt honderd procent zekerheid over te krijgen is door zelf die natuur te realiseren. De methode om tot die realisatie te komen, noemen we het spirituele pad.

Categorie








Tags: 





Mooi artikel, bedankt voor het delen van inspiratie! in je blogs en activiteiten gaan diepgang en speelsheid naast elkaar. Ik word steeds weer gevoed door mooie verhalen, boeken en artikelen, vandaar dit bedankmailtje.
met vriendelijke groet,
W. van Dam
De Verkenner – Trainen en inspireren met theaterpoppen | beleven en bezielen