
Toen ik tien jaar was, mocht ik af en toe een tijdschrift kopen bij de kruidenier, een kleine buurtsupermarkt zoals je die tegenwoordig niet veel meer ziet. Ik heb daar destijds enkele stripbladen van Tarzan gekocht, tijdschriften je tegenwoordig niet meer in winkels ziet, maar die je nog wel kunt kopen op marktplaats.nl . Die stripverhalen spraken me in die tijd enorm aan, want welke jongen wil er nu niet groot, sterk en slim zijn? In de eerste helft van de jaren zeventig was Tarzan populair. Toen heb ik toen meerdere afleveringen van de televisieserie over Tarzan gezien.
KLIK HIER OM DE WERKBLADEN VOOR DE KINDERBOEKENWEEK 2011 OVER SUPERHELDEN GRATIS TE DOWNLOADEN
Op dit moment staat Tarzan weer extra in de belangstelling, want zijn verhaal pas prima binnen activiteiten in het kader van de kinderboekenweek 2011 in het kader van heldenmoed en superhelden. In verband met een project heb ik onlangs het eerste boek van de geestelijke vader van Tarzan, Edgar Rice Burroughs (1875 – 1950, gelezen. Dat boek is uitgegeven in 1914 onder de titel Tarzan of the Apes en is nu nog in het Nederlands verkrijgbaar als ‘Tarzan, koning van de Jungle’. Na de onderstaande Disney-prent van Tarzan en Jane in de jungle volgt een summiere samenvatting van het heldenverhaal van Tarzan.
Aan het einde van de negentiende eeuw strandden John en Alice Clayton uit Engeland na muiterij op een schip in de wildernis bij de Westkust van Afrika. Ze bouwen een hut en slagen erin te overleven. De vrouw baart een zoon. Zij sterft aan een ziekte als haar zoon 1 jaar is. Vlak daarna wordt de man in zijn hut vermoord door een gorilla. De apin Kala, die net haar eigen jong verloren heeft, vindt de mensenbaby in de hut, adopteert hem en voed hem op in de jungle. Zij noemt hem Tarzan, wat ‘blanke huid’ betekent. Tarzan vecht vaak met wilde dieren en komt steeds als winnaar uit de bus.
Als Tarzan tien jaar is, vindt hij in het hutje van zijn echte ouders een aantal kinderboekjes, die zijn ouders met vooruitziende blik mee hadden genomen. Met behulp van de plaatjes en letters leert hij zichzelf lezen en schrijven, maar een menselijke taal leert hij pas veel later – wanneer hij door blanken wordt ontdekt. De eerste mensen die hij leert kennen zijn de jonge Amerikaanse Jane Porter, haar vader en de Franse Luitenant ter Zee Paul D’Arnot. Van die laatste leert hij de eerste menselijke taal spreken, en wel het Frans, en later ook Engels. D’Arnot zal voor de rest van zijn leven ook Tarzans beste vriend blijven, en neemt hem mee naar de beschaafde wereld.
De Porters zijn samen met nog een groep andere mensen eveneens achtergelaten in Afrika door muiters. Tarzan en Jane ontmoeten elkaar en worden op slag verliefd. Wanneer Jane terugkeert naar Amerika, gaat Tarzan haar uiteindelijk achterna. In latere boeken zijn de twee getrouwd en hebben ze een zoon genaamd Jack, wiens naam in de apentaal Korak (‘de doder’) luidt.
Waarom is Tarzan nog steeds zo populair? Het antwoord daarop kon ik na enig zoeken op internet niet vinden, maar ik kan wel een aantal redenen bedenken.
- Tarzan is een ‘gewoon’ mens zonder bovennatuurlijke eigenschappen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Superman of Spiderman) maar is wel heel sterk, handig en snel.
- Tarzan maakt duidelijk dat het mogelijk is om in de wildernis van de natuur te overleven.
- Tarzan komt steeds als overwinnaar uit de bus.
- Tarzan kent de natuur en kan heel goed communiceren met dieren.
- Tarzan is steeds trouw aan zijn geliefde Jane, ondanks de vele avances van andere dames. Als hij dat niet zou zijn, zou Tarzan niet populair zijn onder vrouwen.
- Tarzan laat zien dat het mogelijk is om je te ontwikkelen van ‘diermens’ naar een krachtig intelligent mens die weet wat hij wil en zich inzet voor anderen.
Alle verhalen van Tarzan zijn verzonnen. Edgar Rice Burroughs (zie nevenstaande foto) heeft zich mogelijk laten inspireren door oudere romans met soortgelijke thema’s zoals ‘Jungleboek’ (1894) van Ruyard Kipling en ‘Robinson Crusoë‘ (1719) van Daniël Defoe. Vele wetenschappers menen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een mens een ontwikkelingsweg kan gaan zoals in het verhaal van Tarzan. Het is wel mogelijk dat een baby wordt opgevoed door bepaalde zoogdieren, dat zijn de zogeheten wolfskinderen (die gelukkig heel zeldzaam zijn), maar die kunnen hun opgelopen achterstand later in hun leven niet meer inhalen: zij blijven sterk dierlijke trekken vertonen. Edgar Rice Burroughs heeft meerdere malen benadrukt dat het hem niet te doen was om bepaalde levensbeschouwelijke, politieke of weten-schappelijke ideeën te promoten.
Als ‘broodschrijver’ was Hij was puur gericht op het aanbieden van amusement. Hieronder volgt een fragment uit het boek Tarzan, koning van de jungle, waarin de held van de jungle leert lezen en schrijven.
Tarzan begon de hut systematisch te doorzoeken. Maar zijn aandacht werd al heel gauw in beslag genomen door de boeken die een vreemde, machtige invloed op hem schenen uit te oefenen. Zo sterk zelfs, dat hij nauwelijks enige aandacht schonk aan iets anders dan het wonderbaarlijk raadsel dat ze voor hem vormden.
Onder de boeken bevond zich een leesboekje voor beginners, wat kinderboekjes, ontelbare prentenboeken en een groot woordenboek. Hij bekeek ze stuk voor stuk, maar de plaatjes vond hij toch wel het interessantste, ofschoon de vreemde kevers die de bladzijden bedekten op de plaatsen waar geen plaatjes stonden, zijn verbazing opwekten en hem tot nadenken stemde.
Gehurkt op de tafel in de hut die zijn vader had gebouwd – zijn lenige, bruine, naakte lichaam over het boek gebogen dat hij in zijn sterke, lenige handen hield, terwijl zijn lange, zwarte haar langs zijn goedgevormde hoofd en intelligente ogen viel, bood Tarzan van de Apen – kleine primitieve mens als hij was – een beeld dat zowel aandoenlijk als veelbelovend was, een allegorische figuur van de oermens, tastend door de zwarte duisternis van de onwetendheid naar het licht van de kennis.
Zijn gezicht stond gespannen, want op een vage, nevelige manier had hij het begin van een gedachte gekregen, die de sleutel zou blijken voor de oplossing van het probleem van de vreemde kevertjes. In zijn handen had hij een leesboekje voor beginners, geopend bij het plaatje van een kleine aap zoals hij zelf was. Maar een aap die – met uitzondering van de handen en het gezicht – bedekt was met een vreemd gekleurd bont, want daarvoor zag hij het jasje en de broek aan. Onder het plaatje stonden zes kevertjes …
j o n g e n
Nu had hij in de tekst op dezelfde pagina ontdekt dat die zes tekens vele malen in precies dezelfde volgorde werden herhaald. Verder ontdekte hij nog iets – dat er betrekkelijk weinig verschillende kevertjes waren, maar dat ze vaak werden herhaald, nu eens alleen, maar meestal samen met andere. Langzaam sloeg hij de bladen om en zocht hij bij de plaatjes in de tekst naar hun herhaling van de combinatie j o n g e n. Al snel vond hij die onder het plaatje van een andere kleine aap en een vreemd dier dat als een jakhals op vier poten liep en er ook veel op leek. Onder dat plaatje zagen de kevers er als volgt uit:
E e n j o n g e n e n e e n h o n d
Daar waren de zes kevertjes weer, die steeds bij het aapje stonden. En zo vorderde hij heel, heel langzaam, want het was een zware taak die hij zich, zonder het te weten, had gesteld – een taak die jou of mij onmogelijk zou hebben geleken – namelijk te leren lezen zonder ook maar iets af te weten van letters of de geschreven taal. Zonder maar het flauwste vermoeden te hebben dat dergelijke dingen bestonden. Die taak beëindigde hij niet in een dag, een maand of een jaar. Maar langzaam, heel langzaam, leerde hij nadat hij de mogelijkheden begrepen had wat er in die kevertjes besloten lag.
Tegen zijn vijftiende jaar was hij op die manier zover dat hij de verschillende lettercombinaties kende die bij ieder plaatje in het leesboekje en ook in een paar prentenboeken stonden. Van de betekenis en het gebruik van lid- en voegwoorden, van werk-, bij- en voornaamwoorden had hij niet het flauwste besef. Op een goede dag, toen hij een jaar of twaalf was, vond hij in een tot nu toe niet ontdekte lade onder de tafel een aantal potloden. Toen hij met een ervan op de tafel kraste, zag hij tot zijn vreugde dat het een zwart spoor naliet.
Hij wekte zo ijverig met het nieuwe speelgoed dat het blad van de tafel al heel gauw veranderd was in een massa onregelmatige krullen en strepen en de punt van het potlood tot op het hout was afgesleten. Toen nam hij een ander potlood. Maar deze keer met een bepaald doel. Hij wilde proberen enkele van de kevertjes, die verspreid stonden over de bladzijden van zijn boeken, na te maken.
Het was een moeilijke taak, want hij hield het potlood vast zoals iemand anders een dolk zou hebben vastgehouden, wat het schrijven niet vergemakkelijkte en het resultaat niet bepaald leesbaar maakte. Maar hij bleef volhouden, maanden lang, tot hij na herhaalde proefnemingen de geschikte manier vond om het potlood vast te houden, zodat hij tenslotte al die kevertjes in ruwe trekken kon natekenen.
Dat betekende voor hem het begin van de schrijfkunst. Het namaken van de kevertjes leerde hem nog iets, namelijk hun aantal. En al kon hij niet tellen zoals wij dat doen, hij had toch wel enig begrip van hoeveelheid – waarbij de basis van zijn berekeningen berustte op het aantal vingers van een van zijn handen.
KLIK HIER OM DE WERKBLADEN VOOR DE KINDERBOEKENWEEK 2011 OVER SUPERHELDEN GRATIS TE DOWNLOADEN

Categorie








Tags: 




