Sinds het einde van de jaren tachtig ben ik in het bezit van een fotomechanische herdruk van het boek ‘Profeten van de Renaissance’ van Eduoard Schuré. In een eerder blogartikel over inwijding noemde ik het beroemde boek ‘De grote ingewijden’ van deze auteur. Het boek ‘De profeten van de Renaissance’ heb ik onlangs eindelijk eens gelezen. Dat was, heel toepasselijk, tijdens mijn vakantie in de renaissancestad Florence in Italië. De vijf ‘profeten’ die Schuré in dit boek beschrijft zijn Dante Aligieri, Leonardo da Vinci, Raphaello Sanzio, Michelangelo Bruonarroti en Antonio Allegri (ook bekend als Corregio).
In dit blogartikel plaats ik een fragment over Leonardo da Vinci (1452 – 1519). Natuurlijk wist ik dat deze bijzondere man meesterschap had bereikt in zowel de schilderkunst als in de wetenschap en de techniek, dat hij de beroemde meesterwerken ‘Het Laatste Avondmaal’ en de ‘Mona Lisa’ (hieronder afgebeeld) heeft geschilderd en dat hij wordt beschouwd al een homo universalis (uomo universale, een man of vrouw die al zijn mogelijkheden ontwikkelt en gebruikt). Ik wist niet dat hij jarenlang een beroep heeft uitgeoefend dat vandaag dag wel wordt aangeduid als event-professional of meeting planner. Hieronder volgt een fragment uit ‘Profeten van de Renaissance’.
Gedurende de zestien jaren (1482 – 1499) die Leonardo da Vinci aan het hof in Milaan bij hertog Ludovicus de Moor doorbracht, werd hij de grote meester van de kunsten en organisator van de feesten in het paleis. Niet alleen maakt hij het portret van Beatrice d’Este, de vrouw van Ludovicus, van zijn maitraissen Lucretia Crivelli en Cecilia Gallerani, maar hij maakte ook een uitgebreid plan voor de besproeiing van Lombardije, dat men later zou gebruiken. Hij verschafte modellen voor paleizen en kerken en bouwde een koepel voor de hertogin. Ludovicus hield van huwelijks- en begrafenisplechtigheden, van kostbare maaltijden, voorstellingen van antieke kluchtspelen, schouwspelen, koren en balletten. Leonardo da Vinci zette al die vermakelijkheden in elkaar. Hij organiseerde verscheidene mythologische pantomimes, als die van Perseus en Andromeda, van Orpheus, die met vernuftige machinerieën de wilde beesten temde en van de stoet van Bacchus.
Bij het huwelijk van Jean Geleas met Isabella van Arragon, gaf Ludovicus een groot schouwspel, het paradijs, waarvan de dichter Bellincioni de woorden maakte en dat Leonardo had bedacht en in elkaar gezet. Het toneel stelde niets minder dan de hemel voor. Men zag er de planeten rondwentelen, in de vorm van op bollen gezeten godheden, die achtereenvolgens de bruid hulde bewezen. Is het te verwonderen, dat Paul Jove over Leonardo zei: “Hij was een fijne, zeer schitterende en geheel vrijzinnige geest. Heel zijn leven viel hij verwonderlijk in de smaak van alle vorsten”, en dat Lomazzo hem “een Hermes en een Protheus” noemt?
De Hermes en Protheus van het hof, zal men zeggen. Ja ongetwijfeld, maar die tijdverdrijver van een vorst, die vernuftige leider van een werelds carnaval was toch slechts het beuzelachtige masker van een rusteloos denker en een onvermoeibaar kunstenaar. Vermoedden zijn beroemde tijdgenoten de ware Leonardo, die zich onder de vermomming van die veelzijdige goochelaar verborg? Welk doel beoogde hij in het leven, die organisator van buitengewone feesten, die zich niet trachtte te verrijken?
Waarvan droomde die alchemist van de vrouwelijke schoonheid, die de schone sekse mijdde en wiens hart geen enkele vrouw had kunnen boeien? Met welke onbekende en verfijnde genietingen hield die glimlachende asceet zich in zijn hol bezig? Had hij, behendig tovenaar, die mannen en vrouwen betoverde, een geheimzinnig verbond gesloten met de duivel, om een bovenmenselijke macht te krijgen? Hoe zou men de stormachtige gedachten gissen, die zijn hoog voorhoofd doen rimpelen, als men hem in zijn dromerij verrast? En waarom vormden zich somtijds groeven van diepe droefheid onder de wenkbrauwen, waar zijn doordringende ogen schitterden?
Ik denk, dat de lachende hovelingen en de rijke, met edelstenen bezaaide dames, die zich in het paleis van Ludovicus bewogen als een zwerm schitterende torren en vliegen, die vragen tevergeefs stelden. Het is aan ons die raadsels op te lossen, door te trachten in de ziel te lezen van hem, die zelfs aan zijns gelijken een Protheus toescheen.
Inderdaad, in die officiële persoon school een ander mens. In zijn werkplaats moet men hem zoeken. Leonardo Da Vinci had een atelier laten bouwen in een hoek van het klooster Sint Ambrosio en was daar ook gaan wonen. Zijn intiemste vrienden alleen hadden het recht er hem te bezoeken. De zonderlinge inrichting ervan deed de overheersende gedachten en de heimelijke verlangens van de meester kennen.
De deur op de achtergrond kwam uit op een galerij van het eenzame klooster. Bergen kartons, handschriften en tekeningen lagen op de stevige tafel gestapeld, te midden van een chaos van kleine geboetseerde modellen in was en in leem. In de hoek van de zaal wrong een antiek beeld van Venus, op een schelp geplaatst. Wanneer er een zonnestraal op het haar viel, schenen er waterdruppels te parelen in haar haren. Tegenover haar, in de andere hoek scheen een slanke Mercurius, met een listige glimlach haar uit de diepten van de zeeën op te roepen en haar met zijn staf tot zich te trekken. Ook zag men een kartonnen bol tussen vier houten zuiltjes, die de met stères de bezaaide hemel met de diere riem voorstelde.
Daar dichtbij scheen een grote opgezette adelaar te willen wegvliegen. Maar de twee beschilderde ramen, die Leonardo da Vinci door een van zijn leerlingen had laten tekenen op basis van zijn ontwerp, vielen het meest op. Zij sierden de rondbogen van de vensters aan weerszijden van de ingang. Links zag men een vlammende gele gevleugelde draak op een purperen achtergrond. De rechter afbeelding stelde de geseling van de Christus voor, zijn doornenkroon dragend en bedekt met tranen van bloed. Tussen het verslindende monster van het antidiluviaal tijdperk en de geïncarneerde God, de vorst van het lijden geworden, bestond een wreed contrast en een innige overeenkomst, welke men gevoelde zonder deze te begrijpen. Ook ontwaarde men op de kleine deur, die toegang gaf tot het laboratorium, waar de schilder zijn kleuren mengde, zijn medailles smolt en zijn natuur-historische proven deed, een rondas, die de bolronde vorm van een schild had, waarop een kolossaal Medusa-hoofd geschilderd was, met een angstwekkende blik en een te berge rijzende haartooi van louter adders.
In dat ernstig heiligdom, in dat religieuze half-licht onder invloed van de bezielende geesten, die aan zijn gedachten leiding gaven, bleef Leonardo hele dagen over zijn schetsen en handschriften gebogen, ver van het wereldse carnaval, dat hij soms als een marionetten-theater in beweging bracht. Daar kwamen zijn meest geliefde leerlingen in groepjes tezamen. De meesten waren jonge Milanese edelen, die beroemde schilders werden en de school van Leonardo da Vinci stichtten: Giovanni Battista, Marco Uggione, Antonio Beltraffio en Francesco Melzi met het mooie haar, die zeer aan de meester gehecht was en in zijn ouderdom zijn laatste steun zou zijn. Allen aanbaden hem om zijn genie en zijn onuitputtelijke goedhartigheid.
Leonardo da Vinci leerde zijn leerlingen de geheimen van het perspectief, van de menselijke proportie, van het aanbrengen van licht en schaduw, van de modellering en het reliëf, evenals de nauwe betrekking die er bestaat tussen het kleurengamma, het spel van licht en donker en de uitdrukking van gevoel en hartstocht in de schilderkunst. Maar dat was slechts de bezigheid overdag. ‘s Nachts begon een ander werk. Dan alleen bevond Leonardo da Vinci zich tegenover zijn innerlijke gedachten, kon hij verkeren met zijn genieën, doordringen in de geheimen van de natuur, die hij wilde onderzoeken.
Uit de handschriften van Leonardo da Vinci blijkt, dat hij tegelijkertijd een van de knapste natuurkenners van zijn tijd en een wijsgeer was, die zich een volkomen idee van het heelal wenste te vormen. Men kent slechts een enkele volledige verhandeling van hem: de Verhandeling over de schilderkunst. Hij schreef vele andere verhandelingen, waarvan wij slechts de verspreide aantekeningen met talloze door hem getekende figuren bezitten. Verhandelingen over werktuigkunde, aardrijkskunde, waterleidingskunst, plantkunde, ontleedkunde, fysiologie enzovoort. Hij was een scherp opmerker en een vernuftig experimentator. Hij vermoedde, voor de moderne geleerden, de overeenkomst tussen licht- en geluidsgolven. Hij vond de donkere kamer uit, bestudeerde in haar kleinste bijzonderheden de beweging van water, golven, vloeibare en gasvormige lichamen. Hij begreep het mechanisme van de vlucht van de vogels door de vleugelslag en het verplaatsen van de lucht. “Om te vliegen” , zei hij “mis ik slechts de ziel van en vogelâ€.
Leonardo was Galilei en Bacon honderd jaar voor. In zijn studies van natuurlijke historie, evenals in zijn wijsgerige bespiegelingen, plaatst hij zich stipt op het gebied van proefondervindelijke wetenschap, geen andere norm erkennend dan de onveranderlijke wetten van de natuur en geen andere gids dan de rede, de beheerseres van mens en wereld.
OPTISCHE ILLUSIE MET LEONARDO DA VINCI EN MAN OP EZEL VAN SANDRO DEL PRETE

Categorie








Tags: 





Hallo,
Ik ben op zoek naar tekeningen van de anatomie van het menselijk lichaam gemaakt door Leonardo Da Vinci.
Het liefst tekeningen uit een oud boek met op dun, beetje vergeeld papier.
Ik wil deze verwerken in een schilderij.
Misschien heeft u voor mij een tip?
Vriendelijke groet,
Jacqueline
Dag Jacqueline,
Zelf heb ik geen publicaties met anatomische tekeningen van Leonardo da Vinci. Via Google is wel veel materiaal te vinden;
https://www.google.com/search?q=anatomy+leonard+da+vinci&oe=utf-8&rls=org.mozilla:nl:official&client=firefox-a&um=1&ie=UTF-8&hl=en&tbm=isch&source=og&sa=N&tab=wi&ei=B9gOT5a1MIqg-Abb553vAg&biw=1382&bih=774&sei=DNgOT66UM871-gaN5OXhAg
Wellicht zit er iets tussen dat je kunt gebruiken.
Succes met je schilderij.
Arend