Dit jaar heb ik enkele boekingen staan voor schoolbesturen. Ik mag mijn interactieve en spraakmakende presentatie over “Werken met intuïtie” dan houden als afsluiting van een grote studiedagen voor leerkrachten uit het basisonderwijs. Bijna iedereen erkent dat intuïtie belangrijk is om als leerkracht goed te functioneren, maar bijna niemand in de sector heeft daar een opleiding of training in gehad. Intuïtie komt nog niet voor in de curricula van PABO’s en andere lerarenopleidingen.
Intuïtie is ook van groot belang bij de vernieuwing van het onderwijs, waarbij de mensen, middelen en methoden beter worden afgestemd op wat kinderen in deze tijd nodig hebben. Om daar meer inzicht in te krijgen heb ik afgelopen zondagmiddag deelgenomen aan de startbijeenkomst van de thema-groep ‘Kinderen en Onderwijs’ van het nieuwsforum Niburu op het Niburu-kantoor in Barneveld. De bijeenkomst was met zo’n honderd deelnemers goed bezocht. Ik had de indruk dat meer dan de helft van het aantal deelnemers bestond uit therapeuten. Ook waren er veel ouders van nieuwetijdskinderen, die ook bekend staan als kristalkinderen, indigokinderen of sterrenkinderen.
In Nederland zijn er duizenden nieuwetijdskinderen die slecht functioneren binnen het huidige onderwijssysteem. Niburu heeft in de afgelopen jaren honderden brieven gehad van ouders die om raad vroegen omdat hun kinderen grote problemen hadden waarvoor geen oplossing kon worden gevonden op scholen in het reguliere onderwijs. De volgende problemen worden veel gemeld:
- de leerstof is te weinig uitdagend
- de lesmethoden en het lesmateriaal sluiten niet aan bij de wijze waarop het kind leert
- kinderen kunnen niet de hele dag binnen zitten
- de (paranormale) ervaringen van kinderen worden niet serieus genomen
- kinderen zijn snel overprikkeld
- kunnen niet functioneren in een grote groep
Dit soort problemen spelen al lang. Soms zijn deze op te lossen door in de bestaande situatie op de juiste manier om te gaan met nieuwetijdskinderen. Er is echter meer nodig. Anton Teuben, oprichter van Niburu, volgt die problematiek al zo’n tien jaar en constateert er bijna geen acties zijn ondernomen om daar iets aan te doen. Hij vindt vernieuwing van het onderwijs hard nodig. Teuben organiseerde de startbijeenkomst van de Niburu-werkgroep ‘Kinderen en Onderwijs’ om het mogelijk te maken dat er verbindingen worden gelegd tussen mensen die zich willen inspannen om impulsen te geven aan de daadwerkelijke aanpassing van het onderwijs aan de behoeften van deze tijd.
De niet meer zo jonge dagvoorzitter Tjeerd Sloots zei dat hij zichzelf beschouwt als nieuwetijdskind. Als jong kind had ervaringen en ideeën waarmee hij niet terecht kon in het gereformeerde milieu waarin hij was opgegroeid. De deelnemers aan de middag waren weliswaar allemaal volwassen, maar het feit ze daar op hun vrije zondagmiddag aanwezig waren en meer dan gewone belangstelling hebben voor nieuwetijdskinderen was volgens Sloots een indicatie dat de meeste deelnemers nieuwetijds-volwassenen zijn. Op basis van zijn eigen ervaringen riep hij de aanwezigen op om bij hun innerlijke drang tot vernieuwing voorzichtig te zijn. Wie te enthousiast praat over zijn of haar ervaringen en opvattingen in omgevingen waar daar nog weinig begrip voor is, wordt snel beschouwd als een zwever en als zodanig niet serieus genomen. De noodzakelijke veranderingen komen dan niet op gang.
Claudia Betancourt Montero is een professional op het gebied van nieuwetijdskinderen, maar sprak op de Niburu-middag vooral over haar ervaringen als moeder van een nieuwertijdskind. Claudia zet haar mediamieke gaven en paranormale kwaliteiten in voor het welzijn van kinderen. Zo geeft ze energetische therapeutische behandelingen ter ondersteuning van het algemeen welbevinden en coaching op maat voor nieuwetijdskinderen en paranormaal begaafde kinderen. Vanuit intuïtieve ontwikkeling reikt zij kinderen die hoogsensitief zijn oefeningen aan om problemen door overprikkeling te voorkomen. Ook leert zij paranormaal begaafde kinderen om te gaan met hun buitenzintuiglijke kwaliteiten. Ze is ook docent op Het Johan Borgman College dat zich richt op de beroepsontwikkeling van paranormale therapeuten. Tenslotte maakt ze deel uit van de crew van het televisieprogramma van SBS6 over paranormale kinderen dat gepresenteerd wordt door Liesbeth van Dijk.
Op de Niburu-middag sprak Claudia op een aangrijpende wijze wat ze beleefd had met haar zoon. De jongen functioneerde niet in het reguliere onderwijs, voelde zich ellendig en wilde dood. Op de school kon er geen oplossing worden gevonden. Na overplaatsing naar een vrije school trad er geen verbetering op in de toestand van haar zoon. Vanuit haar beroepspraktijk weet Claudia dat veel nieuwetijdskinderen die ongelukkig zijn op een reguliere school prima functioneren wanneer zij zich bevinden in schone omgevingen, niet alleen stoffelijk schoon maar ook energetisch schoon, en er met hen wordt gewerkt op een manier die bij hen past. Toen ze na veel zoeken zo’n omgeving niet kon vinden, besloot ze uiteindelijk haar zoon zelf thuis onderwijs te geven. Dat ging op zich prima ging, want de jongen bloeide helemaal op. Ze kreeg echter wel allerlei nare ervaringen met ambtelijke instanties als Jeugdzorg en Leerplicht. Ze spande zich tot het uiterste in om een goede ouder en persoonlijke leerkracht te zijn, maar werd door instanties behandeld alsof ze een misdadiger was.
Peggy Lesquillier herkent de juridische moeilijkheden die Claudia Betancourt Montero ondervond in haar functie als advocaat in onder andere kinder- en familiezaken en strafrecht. Ze is een groot voorstander van vernieuwing van het onderwijs en van het recht en roept daarom alle ouders, kinderen, leerkrachten, juristen, leerplichtambtenaren en hulpverleners van harte op om een constructieve bijdrage te leveren, op het gebied van onderwijs, recht of hulpverlening. Lesquillier constateert een tegenstelling in de wetgeving met betrekking tot onderwijs.
Artikel 23 van de Grondwet gaat over de vrijheid van onderwijs. Dit recht op onderwijs dient breder opgevat te worden dan het recht om naar een school te gaan. Onderwijs, volgens internationale beginselen, kan tot uitdrukking komen in vele vormen en op verschillende plekken. Zolang het maar tegemoetkomt aan de volle ontplooiing van kinderen, wat betreft hun lichamelijke ontwikkeling, sociale vaardigheden, emotionele behoeften, hun denken en andere talenten. Verder is er natuurlijk de in Nederland de Leerplichtwet, die stelt dat het voor kinderen verplicht is om naar school te gaan. Dit strookt niet met het internationale recht dat niet spreekt niet over een leerplicht, noch over een schoolplicht, maar over een recht op onderwijs. Mogelijk heeft de opvatting school- of leerplicht daarmee te maken dat de Leerplichtwet nog stamt uit de vorige eeuw toen kinderen niet naar school gingen omdat ze moesten werken, thuis, in de fabriek of op het land. In Nederland komt kinderarbeid niet meer voor.
Een ander probleem is dat de overheid en de rechterlijke macht de begrippen richting en levensbeschouwing in de Leerplichtwet nog steeds beperken tot een godsdienstige overtuiging, terwijl zowel het Europese en Internationale recht het recht op onderwijs uitbreiden met filosofische levensbeschouwing. Dit houdt in dat ouders die hun kinderen niet naar scholen in de buurt willen sturen omdat deze niet stroken met hun filosofische levensbeschouwing, ook vrijstelling moeten krijgen van de Leerplichtwet. Zo’n levensbeschouwing kan bijvoorbeeld zijn dat we ook een kind zien als een eenheid, waarin geest, ziel en lichaam samenkomen.
Lesquillier: “Gelet op deze ontwikkeling van nieuwe onderwijsvormen en de groeiende behoefte van kinderen aan vernieuwing van het onderwijs, is het buitengewoon belangrijk dat ook de overheid haar verantwoordelijkheid neemt. In de eerste plaats door de wet- en regelgeving te veranderen en deze aan te passen aan het internationale recht door schoolplicht te wijzigen in het recht op onderwijs. En door verschillende levensbeschouwingen en filosofieën te erkennen, ook in juridische zin. Daarnaast is het noodzakelijk dat de overheid de erkenning van het recht op onderwijs ook vertaalt in financiële termen. Bijvoorbeeld door structureel geld vrij te maken voor ouders, initiatieven en scholen die het onderwijs op een andere, vernieuwende manier vorm willen geven.”

Categorie







Tags: 





Als ‘ al wat oudere hsp’ en vader van tenminste een hoogsensitief dochtertje, heel herkenbaar.