Het ‘gastcollege’ dat ik deze week mocht verzorgen voor zo’n 150 eerstejaarsstudenten tandheelkunde in de grote collegezaal van het gloednieuwe gebouw van ACTA (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam) had als titel: Studiekeuze tandheelkunde: ratio of roeping? Studiekeuzeadviseurs van ACTA die mijn presentatie op de Studiekeuzeconferentie 2010 hadden meegemaakt hadden mij geboekt om een verhaal te houden over de aspecten die mogelijk een rol hebben gespeeld bij de studenten om te kiezen voor de studie.
Het najagen van een uitgebreid consumptiepatroon van oppervlakkige gemakken en genoegens leid niet tot geluk. Wijze mensen uit alle culturen hebben dat in alle tijden al verkondigd. Talloze psychologische onderzoeken bevestigen dat vandaag de dag. Bewust of onbewust verlangen we ernaar iets waardevols aan de wereld bij te dragen.
Wanneer we onze unieke combinatie van gaven ontdekken en die weten te ontplooien op een wijze die bij ons past, kunnen we de diepe bevrediging van een welbesteed leven ervaren. Eckhart Tolle spreekt in dit verband over het afstemmen van het uiterlijke doel op het innerlijke doel. Als mensen vanuit een innerlijke behoefte zich inspannen om iets aan de wereld bij te dragen en het grote geheel belangrijker vinden dan persoonlijk succes, wordt er vaak gezegd dat zij een roeping hebben en die volgen. Roeping is het (subjectieve) idee dat iemand heeft dat hij een taak te volbrengen heeft. Deze taak kan liggen op persoonlijk, professioneel, maatschappelijk of spiritueel gebied.
Bij het woord roeping denken we mogelijk aan grote zielen als die een groots ideaal nastreefden en daardoor een grote invloed hebben uitgeoefend: Krishna, Boeddha, Pythagoras, Jezus, Martin Luther King, Florence Nightingale, Albert Schweitzer, Einstein, Gandhi en Moeder Theresa. Roepingen hoeven echter niet altijd zo groots en verheven te zijn. Zo kan het bijvoorbeeld ook een roeping zijn om een goede moeder of vader te zijn. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat we allemaal roepingen hebben en dat we er goed aan doen om die te ontdekken en er gehoor aan te geven. Dat kan door te steeds weer te luisteren naar onze innerlijke stem, naar onze intuïtie. Dat heb ik tot uitdrukking willen brengen in de bovenstaande collage die ik zo’n dertien jaar geleden heb gemaakt.
Toen ik vroeg wie van de studenten het beoefenen van de tandheelkunde als een roeping beschouwde, stak geen van de studenten zijn of haar hand op. Nu kan dat natuurlijk zo zijn omdat ze wat schuchter waren en bang waren om daar later op te worden aangesproken. Daarom zou je dit soort onderzoeken in een zaal eigenlijk anoniem moeten doen, bijvoorbeeld door te stemmen met de mobiele telefoon via sms of Twitter. De uitslag van mijn ‘onderzoekje’ is naar mijn idee wel tekenend voor de tijd waarin we leven. Ik heb de indruk dat het idee van ‘roeping’ tegenwoordig minder speelt dan vroeger. Het is niet voor niets dat in het woord beroep het woord ‘roep’ besloten ligt.
Toen onze samenleving nog niet zo complex was als tegenwoordig waren er veel minder beroepen. Bovendien werd de keuze van een beroep sterk bepaald door het gezin waarin men opgroeide. dat maakte het kiezen van een beroep een stuk gemakkelijker. Mijn vader wist van jongs af aan dat hij schoolmeester wilde worden. Hij deed de kweekschool (voorloper van de PABO) en werd onderwijzer. Hij wilde hogerop, haalde een onderwijs-akte voor wiskunde en ging werken aan een MULO (voorloper van MAVO). daarna deed hij met succes examens voor achtereenvolgens een tweedegraads onderwijsbevoegdheid en een eerstegraads onderwijsbevoegdheid. Na jarenlang gewerkt te hebben als leraar wiskunde op scholengemeenschappen voor HAVO en VWO werd hij conrector. Het laatste deel van zijn werkzame leven werkte hij als rector. Een mooi voorbeeld van een duidelijke roeping die het gehele leven een rol bleef spelen.
Een ander voorbeeld van een roeping die al op jonge leeftijd duidelijk was heb ik gezien bij een voormalig klasgenoot. Hij had een oom die huisarts was en wilde zelf ook huisarts worden. Hij kwam bij mij in de klas toen ik in de vierde klas van het Atheneum zat. Hij was enkele jaren ouder dan ik, want hij had eerst een MAVO diploma en daarna een HAVO diploma gehaald. Hij én ik slaagden in 1981 voor ons Atheneum B diploma. Toen ik scheikunde ging studeren, ging hij in militaire dienst. Na de vervulling van zijn dienstplicht wilde hij geneeskunde studeren. Daarvoor bestond een numerus fixus en hij werd uitgeloot. Hij was zo vastbesloten om huisarts te worden en ging een jaar farmacie studeren. Daarna werd hij toegelaten tot de studie geneeskunde en inmiddels werkt hij al zo’n 23 jaar als huisarts.
Tot ongeveer mijn veertigste had ik geen idee wat mijn uiterlijke roeping nu eigenlijk was. In algemene zin wist ik natuurlijk wel dat ik het leven dien te leven en mijn talenten dien te ontplooien en in te zetten. Ook kende ik het onderscheid tussen het primaire innerlijke doel en secundaire uiterlijke doelen. Mijn uiterlijke doel was me niet duidelijk. Destijds ging ik scheikunde studeren omdat ik dat een leuk vak vond en ik er goed in was. Tijdens mijn studie ontdekte dat ik het niet leuk vond om in een laboratorium te werken en chemisch onderzoek te doen. Daarom deed ik bijvakken als organisatie en beleid, massacommunicatie, public relations en chemiedidactiek. Mijn grootste belangstelling ging echter uit naar esoterie en spiritualiteit. Ik was ervan overtuigd dat ik daar mijn geld niet mee kon verdienen en ging me toeleggen op het schijven van artikelen, in eerste instantie over chemie en de chemische industrie.
Ik heb de indruk dat ik momenteel het werk doe dat bij me past. Als ik nu terugkijk op mijn leven, zie ik dat een aantal ontwikkelingslijnen bij elkaar zijn gekomen.
- Als amateurgoochelaar heb ik geleerd om optredens te verzorgen waarmee ik een publiek kan boeien
- Dankzij mijn scheikundestudie kan ik onderzoeksresultaten op gebieden die me interesseren begrijpen.
- Mijn opvattingen over esoterie en spiritualiteit hebben zich in de loop van de jaren verdiept, en vandaag de dag kan ik die uitdragen via onder andere mijn presentaties en mijn weblog.
- Mijn journalistieke ervaring stelt me in staat berichten, artikelen en voordrachten te schrijven.
Als we een hoog doel hebben, trekt dat demonische vernietigers (saboteurs). Gelukkig zijn er ook mensen en krachten die ons vertrouwen in onze roeping versterken (evocateurs). Mensen met een roeping stellen vaak bestaande structuren en culturen aan de kaak omdat ze streven naar vernieuwing. Zulke mensen worden wel provocateurs genoemd. We hebben een roeping wanneer we op onze eigen geloofsovertuigingen vertrouwen en ons denken en doen niet laten bepalen door de ons omringende cultuur. Dit ‘veld-onafhankelijk zijn’ wordt vaak gezien als één van de kenmerken van spirituele intelligentie.
Moeder Theresa zei:
Een roeping hangt niet af van de daden die we verrichten – het enige wat ertoe doet is de liefde die we in die daden steken. Voor God is het allemaal oneindig, onbegrensd. Jij doet het kleine en als je dat met liefde doet, maakt God het tot iets onbegrensd.’
Onderaan dit bericht staat een video waarin John P. Schuster vertelt over zijn aanbevelenswaardige boek ‘Volg je roeping. Gids voor je levensbestemming’ het volgende. Hij schrijft daarin onder andere het volgende:
Het geroepen leven is geen gemakkelijker leven dan andere levens, maar wel een beter. Het is beter omdat onze pogingen datgene te doen waarvoor we bestemd zijnde innerlijke vreugde teweegbrengt die gepaard gaat met commitments die de grenzen van ons aan ruimte en tijd gebonden bestaan verre te overschrijden. Het gehoor geven aan je roeping is geen garantie voor succes in de betekenis waarin we die term gewoonlijk bezigen, zoals bijvoorbeeld in carrières. Maar het is wel een garantie voor het succes van het zelf dat besluit geen levensenergie te verspillen aan talrijke afleidingen die we op ons pad tegenkomen.

Categorie







Tags: 




